Veilige Kerk – maar wat is veilig?

door ds Greteke de Vries

Recent is het project Veilige Kerk van de Protestantse Kerk Amsterdam uitgerold, met posters en folders
De term ‘veilig’ wordt in het materiaal bekend verondersteld. Maar wat betékent toch dat bijvoeglijk naamwoord ‘veilig’.

De Staten Vertaling van 1637 gebruikt veel verschillende omschrijvingen waar de NBV ‘veilig’ gebruikt. In het oude systeem voor woordonderzoek was ik daar trouwens niet achter gekomen. De zg. concordantie van Trommius (insiders weten waarop ik duid) vermeldt het woord ‘veilig’ niet. Dat wil zeggen: in de Staten Vertaling en dús in de Hebreeuwse en Griekse bronteksten komt het woord ‘veilig’ of ‘veiligheid’ helemaal niet voor. Dat vond ik verrassend. Wat staat er dan wél waar in de Nieuwe Bijbelvertaling van 2004 ‘veilig’ staat?

Ik ga de woorden en zinsdelen uit de St.V. opsommen (in eigentijdse spelling), die een kleine 400 jaar later állemaal met één term, nl. ‘veilig’, worden genoemd. Taalverarming? Maar dat tussen haakjes.

‘Veilig’ blijkt in de Staten Vertaling te duiden op: zeker zijn, zorgeloos; ’t is goed; in bewaring zijn (zoals in de gevangenis of op een bewaarschool?); gebonden zijn in het bondelken der levendigen bij den Heere uwen Godt (oh, mooi! 1 Samuël 25:29); verborgen zijn (niet te vinden voor vijanden); in een hoog vertrek gesteld zijn (onaantastbaar – Spreuken 18:10); behouden zijn (als het behouden huis op Nova Zembla?); leven in grote voorspoed; gerust zijn; kunnen vertrouwen op je schattenwonen – in tegenstelling tot rondzwerven; een machtig iemand hebben die zich over je ontfermt.

Zit hier een omschrijving van ‘veilig’ tussen die past bij de intentie van het project ‘Veilige kerk’? Nee. Want het gaat in het project niet over zeker zijn van alles, om zorgeloosheid, niet om ingebakerd te zijn als een baby, niet om de asielfunctie van de kerk, buut vrij van de vijanden; niet om onaantastbaarheid, noch om grote voorspoed of bezit dat helpt om een heenkomen te vinden. De kerk als plaats van bescherming door een machtig persoon, door God? Nee, al deze situaties die ‘veilig’ kunnen heten worden er niet mee bedoeld.

In het N.T. gaat het (hoewel ‘veilig’ daarin nauwelijks voorkomt in de N.B.V.) om: vlieden voor de toekomende toorn – d.w.z. ontkomen aan het laatste oordeel; bezittingen in vrede hebben; ontkomen aan een storm; een anker van de ziel hebben dat zeker en vast is. Maar ook hier hebben we niks aan bij het begrijpen wat ‘veilig’ is in ‘veilige kerk’.

Tussenvraagje: hoe ik dit zo weet? Ik maak graag gebruik van de website van het Nederlands Bijbel Genootschap (debijbel.nl) waarin veel Nederlandse vertalingen van de bijbel zijn opgenomen, maar ook vertalingen in onder andere het Engels, Fries, Sranantongo en Papiamentu. Je kunt teksten in diverse vertalingen naast elkaar leggen om ze te vergelijken. Je kunt ook één trefwoord intypen en kijken welke bijbelteksten tevoorschijn komen. Handig!

Volgens het Groot Woordenboek van de Nederlandse taal (Van Dale) heeft ‘veilig’ de volgende betekenissen:  (van personen) buiten gevaar zijn, beschermd tegen personen of gevaren die iemand bedreigen; (van plaatsen) tegenover ‘gevaarlijk’, iets is tegen aantasting of gevaar verzekerd; behouden aankomen; toevlucht vinden; (van personen en zaken) verzekerd zijn tegen aantasten. In zwakkere vorm: niet veel risico’s hebben.

Ik begin het te begrijpen. De term ‘veilig’ in ‘veilige kerk’ is een term die iets oproept maar die níet beschrijft wat zo’n kerk inhoudt. Het is een reclame-slogan die iets prettigs wil suggereren (aha, daar is het goed!). Het kán niet letterlijk betekenen: daar loop ik geen risico’s, daar word ik niet bedreigd, daar kan ik gerust zijn, daar kom ik ongeschonden uit. Want zo’n situatie bestáát niet, nergens, nooit! Dat wéten de mensen achter het project ‘veilige kerk’ ook, anders hoefden ze niet met die campagne te komen.

‘Veilig’ in samenstelling met ‘kerk’ (of ‘gemeente’) naar de géést duidt op ‘betrouwbaar’, ‘aanspreekbaar’ zijn. Zo’n kerk kun je vertrouwen. Want onveiligheid, risico’s, gevaren zijn er niet tot taboe verklaard maar erkend als mogelijkheden die zich op allerlei wijzen voordoen daar waar mensen (ook christenen) met elkaar optrekken. De campagne ‘veilige kerk’ geeft handvaten om op te gaan met relationele ingewikkeldheden die mensen ‘onzeker’ maken, ‘ongerust’, met zorgen vervullen – op zo’n manier dat beschadigingen beperkt blijven, dreigingen de-escaleren enzovoort. Tot heil van de mensen om wie het gaat én de hele gemeenschap.

Was ‘betrouwbare’ kerk beter geweest? Of ‘kerk waar zo goed mogelijk met sociaal gevaar wordt omgegaan’? Dat bekt natuurlijk niet, is saai, niet hip. En bovendien: is dat niet van oudsher al een kern van kerk-zijn, waar ‘zonden’ en ‘bekering’ nooit ver weg zijn?

Kortom: de campagne geeft aanleiding tot nadenken over hoe we ook in de kerken in Amsterdam-Oost met elkaar omgaan. En wat we eraan kunnen doen als het tussen mensen echt mis loopt en ze / we het zelf niet kunnen oplossen. Onveilige situaties zijn niet te vermijden, maar we kunnen elkaar er wel op attenderen en er hopelijk iets tegen doen. In vrede!